Sinds 2000 zijn er diverse werkgroepen en commissies geweest rond het overlijden van kinderen. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een wetswijziging in 2012 en een daadwerkelijke start van de toenmalige Nader Onderzoek Doods Oorzaak (NODO) in oktober 2012. In 2015 werden twee casus behandeld.

Doel van NODO is:

  • Onverklaard overlijden van kinderen tot en met 18 jaar nader onderzoeken.
  • Ouders helpen bij de verwerking.
  • Handvatten aanreiken voor preventie.
  • Ontwikkelen van een landelijke database.
  • Verbeteren van expertise.

Alle gevallen van overlijden onder 18 jaar moeten bij de GGD worden gemeld. De forensisch arts van de GGD heeft een belangrijke rol.

De arts beslist rond vier mogelijke trajecten:

  • Natuurlijk overlijden? Dan geeft behandelend arts verklaring af.
  • Niet-natuurlijk overlijden? Dan ligt de regie bij Openbaar Ministerie.
  • Perinataal overlijden? Verder beleid ligt bij Perinatale Audit.
  • Onverklaard overlijden? Dan onderzoek NODOK.

Aanvankelijk waren de klinische expertisecentra ondergebracht bij UMC Utrecht en AMC Amsterdam. Hier werd de expertise geleverd door de daar gevestigde NODO-kinderartsen en kinderpathologen. Ouders werden daarheen verwezen door de perifere, speciaal daartoe opgeleide NODO-forensische artsen van de GGD, die regionaal een piketdienst draaiden.

Nieuw voorstel
In 2014 is de toenmalige werkwijze opgeschort, terwijl de wettelijke onderbouwing en verplichting wel bleef bestaan. Na veel onderling overleg tussen de diverse partners, waaronder het ministerie van VWS en GGD Nederland, kwam er eind 2015 een nieuw voorstel dat in de loop van 2016 in werking zal treden. In de nieuwe werkwijze is de klinische expertisetaak toebedeeld aan alle landelijke UMC-centra, maar wordt het onderzoek voorafgaand aan een eventuele sectie zoveel mogelijk in de regionale ziekenhuizen uitgevoerd.

In de tussentijd hebben diverse GGD-en besloten de werkwijze in afgeslankte vorm wel te handhaven. Ook GGD NOG heeft dat besloten. Er is contact opgenomen met de kinderartsen van de vijf ziekenhuizen in de regio. Intussen is er in 2014 volgens de nieuwe, nog niet-formele werkwijze één NODO-casus afgewerkt. In november 2015 is er mede op verzoek van Gelre ziekenhuizen Apeldoorn een brede presentatie van de GGD en aansluitende discussie geweest over het nieuwe NODOK-voorstel met alle regionale ziekenhuizen. Dit heeft geleid tot een aantal voorlopige afspraken, die in 2016 leiden tot een regionaal protocol voor Noord- en Oost-Gelderland. Uiteindelijk zijn er in de loop van 2015 nog twee NODOK-casus volgens de voorlopige werkwijze behandeld.

Werkwijze NODOK:

  • Melding bij forensisch arts.
  • Inzet NODOK forensisch arts (NODOK-FA).
  • Melding NODOK-FA > Kinderarts regionale ziekenhuis.
  • Bemonstering en anamnese aldaar, dus zoveel mogelijk perifeer.
  • Voormelding kinderpatholoog en eventueel kinderarts van UMC.
  • Verwijzing naar UMC en verder onderzoek en obductie aldaar.
  • Uiteindelijke terugkoppeling door regionaal kinderarts en NODOK-FA.

Knelpunt is momenteel nog de mate van financiering. Er is geld toegezegd aan de Universitair Medisch Centra, maar er is onvoldoende rekening gehouden met de toegenomen werkdruk van perifere ziekenhuizen en GGD-en.

Meer informatie over NODOK
Onno Sijperda (forensisch en NODOK-arts)
(088) 443 30 00 en ggd@ggdnog.nl.